Wie doet wat bij grondwateroverlast

De volgende partijen hebben een gedeelde verantwoordelijkheid en taken voor het stedelijk en ondiep grondwater: de perceeleigenaar, de gemeente, het waterschap. Hieronder worden de taken en verantwoordelijkheden op een rijtje gezet. De onderstaande figuur laat de globale taakverdeling schematisch zien.

Schema van de taakverdeling in het grondwaterbeheer.
Figuur 3: Schema van de taakverdeling in het grondwaterbeheer

De perceeleigenaar:

  • Is verantwoordelijk voor het drooghouden van de grond waarop zijn/haar huis staat. Hij/zij is verantwoordelijk voor de bouwkundige staat en het onderhoud van het huis, inclusief de (waterdichte) kelder. Hij/zij is ook verantwoordelijk voor het op hoogte houden van tuinen en de kruipruimtebodem. Is verantwoordelijk voor het oplossen van grondwateroverlast op eigen terrein, tenzij de overlast aantoonbaar wordt veroorzaakt door een ander.
  • Houdt bij een verlaging van de grondwaterstand rekening met het gemeentelijk beleid en zorgt ervoor dat er geen overlast of schade wordt veroorzaakt bij buren. 
  • Kan in overleg met de gemeente het teveel aan grondwater afvoeren naar de openbare ruimte.

De gemeente Krimpen aan den IJssel:

  • Zorgt voor het grondwaterbeheer in openbaar gebied.
  • Heeft daarbij een inspanningsplicht.
  • Neemt naar aanleiding van klachten over (grond-)wateroverlast het initiatief om de oorzaak van de overlast te onderzoeken. 
  • Zorgt dat particulieren hun drainagewater kunnen lozen op gemeentelijk riool/drainage, voor zover er geen andere mogelijkheden bestaan.
  • Zorgt voor de aanleg en het onderhoud van drainage in openbaar gebied, voor zover dit doelmatig is bij structurele overlast.

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard:

  • Heeft haar verantwoordelijkheid voor het oppervlaktewater. Omdat grond- en oppervlaktewater elkaar kunnen beïnvloeden, heeft het waterschap tevens een rol in het beheer van het ondiepe grondwater. In de toelichtingen van een peilbesluit worden de effecten van peilbeheer op de grondwaterstand door de waterschappen nagegaan.
  • Is verantwoordelijk voor de afvoer van drainage- en grondwater via het oppervlaktewater dat door de gemeente of particulieren wordt aangeboden, mits het aangeboden grondwater schoon is en het oppervlaktewatersysteem het kan verwerken.
  • Is verantwoordelijk voor het leveren van kennis en advies (waar het oppervlaktewater en ondiepe grondwater betreft), zowel ten behoeve van het uitvoeren van de watertoets c.q. waterparagraaf, als bij het aanpakken van problemen in bestaand bebouwd gebied.
  • Verleent vergunningen voor onttrekkingen kleiner dan 150.000 m³/jaar en voor alle bronbemalingen.

Doelmatigheid
Bij het bepalen of de gemeente maatregelen treft, wordt gekeken naar de omvang en de duur van de waterproblemen en de kosten om het probleem op te lossen. Anders gezegd: de gemeente beoordeelt of de inspanningen en uitgaven daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van het beoogde doel en of de kosten hiermee in verhouding staan. Verder kijkt de gemeente naar de beste oplossing om de problemen aan te pakken. Het kan bijvoorbeeld gemakkelijker en goedkoper zijn om bouwkundige maatregelen te treffen aan uw woning, in plaats van het aanleggen van een drainagestelsel in de openbare weg. 

Structureel
De gemeentelijke taak begint als er sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Met andere woorden: als u lange tijd serieuze grondwateroverlast ervaart. Bij tijdelijke en kortdurende problemen (zoals bij extreme regenval) heeft de gemeente geen taak. De perceeleigenaar zal het moeten accepteren of zelf maatregelen moeten nemen. De gemeente bepaalt wanneer gesproken kan worden van structurele problemen.

De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft vastgesteld wanneer sprake is van structurele grondwateroverlast. Allereerst moet daarvoor de grondwaterstand voor een lange tijd hoger dan de waterstand in de sloot zijn. Daarnaast moet de leefbaarheid of de constructie van een gebouw, zoals een houten vloer, worden aangetast. Als aan deze twee voorwaarden wordt voldaan, is sprake van structurele grondwateroverlast.

De grondwaterstand is te hoog als deze ten minste voor drie opeenvolgde jaren, langer dan vier opeenvolgde weken per jaar hoger is dan het waterpeil in de sloot.

Inspanningsplicht
De grondwaterstand is –zeker in bebouwd gebied- niet volledig te sturen. We moeten bijvoorbeeld rekening houden met zakking van de bodem. En we hebben te maken met een hoog slootpeil. Daarom heeft de grondwaterzorgplicht van de gemeente het karakter van een inspanningsverplichting (‘zoveel mogelijk’). De gemeente is niet verantwoordelijk voor het regelen van een bepaalde grondwaterstand.