Wet Bibob
De Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (de Wet Bibob) is een preventief instrument. Dat betekent dat we met deze wet problemen proberen te voorkomen.
Met deze wet beschermen we de integriteit van de overheid. Met een integriteitsonderzoek willen we voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Ook beschermt de gemeente zo de betrouwbare ondernemers.
Bibob-vragenformulier
U kunt het formulier digitaal invullen.
Bibob-leeswijzer
Heeft u hulp nodig bij het invullen van het vragenformulier? Gebruik dan de informatie op deze webpagina of download de leeswijzer.
Veelgestelde vragen
De Wet Bibob regelt dat de gemeente aanvragers van vergunningen, subsidies, aanbestedingen of vastgoedtransacties mag onderzoeken. De uitkomst van het onderzoek zorgt ervoor dat de gemeente de aanvraag dan mag weigeren of zelfs intrekken. Dit gebeurt als er gevaar bestaat dat criminelen daar misbruik van maken. De gemeente onderzoekt de achtergrond van een ondernemer of bewoner en zijn zakelijke omgeving.
Met de Wet Bibob onderzoeken we of er een gevaar bestaat dat:
- Ondernemers voordelen uit criminele activiteiten gebruiken. Bijvoorbeeld het witwassen van geld.
- Ondernemers strafbare feiten gaan plegen of blijven plegen.
De gemeente kan een vergunning of subsidie ook weigeren of intrekken. We mogen een vergunning of subsidie weigeren of intrekken als er een strafbaar feit is gepleegd. Bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of omkoping om de vergunning of subsidie te krijgen. Of om de vastgoedtransactie aan te gaan met de gemeente.
Krijgt u te maken met een Bibob-toets? Kijk dan voor meer informatie onderstaand document:
Als uw aanvraag in aanmerking komt voor de Wet Bibob dan moet u als betrokkene de Bibob vragen beantwoorden en de gevraagde documenten opsturen. Deze vragen en documenten gaan vooral over de financiering en de zeggenschapsstructuur van uw onderneming. Wij kunnen extra vragen stellen en meer informatie aanvragen als dat nodig is voor het onderzoek. Wanneer u niet alle Bibob-vragen naar waarheid beantwoordt, kunnen wij uw aanvraag weigeren.
Wij sturen u de link als bij uw aanvraag een Bibob-toets nodig is.
Let op: Zijn er meerdere betrokkenen? Dan moeten alle betrokkenen een eigen Bibob-vragenformulier invullen.
Na een Bibob-toets zijn er verschillende mogelijkheden:
- Er is geen gevaar dat de vergunning, subsidie, de aanbesteding of transactie wordt misbruikt voor criminele activiteiten. De gemeente kan de vergunning verlenen.
- Er bestaat een klein risico dat de vergunning, subsidie of aanbesteding wordt misbruikt voor criminele activiteiten. De gemeente kan extra voorschriften verbinden aan de vergunning.
- Er bestaat een ernstige mate van gevaar dat de vergunning, subsidie of aanbesteding wordt misbruikt voor criminele activiteiten. De gemeente kan de vergunning weigeren of extra voorwaarden aan de vergunning opleggen.
- We hebben onvoldoende informatie ontvangen van de aanvrager om te kunnen adviseren. De gemeente kan de vergunningsaanvraag buiten behandeling stellen. Dat betekent dat de aanvraagprocedure stopt.
- Het Bibob-formulier wordt niet, fout of onvolledig ingevuld, of de juiste bijlagen worden niet meegestuurd. De gemeente stelt de vergunningsaanvraag buiten behandeling. Als blijkt dat dit met opzet is gebeurd dan is dat strafbaar. De gemeente kan hiervan aangifte doen bij de politie.
Wat gebeurt er als de vragen niet of niet goed worden ingevuld of de gevraagde documenten ontbreken?
Als de vragen in het formulier niet of niet goed worden ingevuld of de gevraagde documenten ontbreken kan het volgende gebeuren:
- Wij kunnen uw aanvraag buiten behandeling laten. Dat betekent dat wij de aanvraag niet behandelen.
- Wij kunnen de vergunning/beschikking van u intrekken.
- Wij kunnen ervan afzien een vastgoedtransactie met u aan te gaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat wij geen vastgoed van u kopen of huren. Of we verkopen of verhuren geen vastgoed aan u.
- Zijn wij met u al een vastgoedtransactie aangegaan, zoals een koop- of huurcontract voor vastgoed? Dan kunnen we dit contract ontbinden. Dit betekent dat het contract stopt. We kunnen het contract ook opschorten. Dit betekent dat we het contract tijdelijk stoppen.
- Wij kunnen ervoor zorgen dat u geen overheidsopdracht mag doen.
- Wij kunnen de overheidsopdracht die u al voor ons doet intrekken. Dit betekent dat de opdracht stopt.
Worden de vragen met opzet verkeerd beantwoord? Dan kunnen wij beslissen om te doen wat hierboven staat bij ‘Wat gebeurt er als de vragen niet of niet goed worden ingevuld of de gevraagde documenten ontbreken?’ Bewust verkeerde informatie geven is een strafbaar feit.
Wij en het Landelijk Bureau Bibob kunnen aangifte doen bij de politie voor bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, zoals staat in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht.
Let op: documenten die worden meegestuurd moeten rechtsgeldig zijn en in het Nederlands. Ook willen wij de antwoorden in het Nederlands krijgen.
Het kan dat het formulier naar informatie vraagt die al eerder door u is gegeven.
- Er kan worden verwezen naar documenten die in deze procedure al eerder naar het de gemeente moesten worden gestuurd. Dit kan door bijvoorbeeld ‘Zie de vergunningaanvraag van <datum>’ te noteren.
- Er kan worden verwezen naar documenten of informatie die in een andere procedure aan ons zijn gegeven. Als deze niet zijn veranderd en wij die documenten of informatie nog hebben, hoeven ze niet opnieuw opgestuurd te worden. Dit kan door bijvoorbeeld ‘Zie <soort procedure over … in jaar>’ te noteren.
Er mag worden verwezen
Wordt de vraag al beantwoord in een van uw bijlagen? Dan mag u naar dit document verwijzen.
Als sprake is van een overheidsopdracht: de relatie met de eigen verklaring
Bent u een gegadigde of onderaannemer voor een overheidsopdracht? Dan zijn sommige vragen in dit formulier al beantwoord in de ‘eigen verklaring’. De gemeente mag niet nog een keer deze vragen stellen voor het Bibob-onderzoek. Dit staat in artikel 2.85, tweede lid, van de Aanbestedingswet 2012. U mag in het antwoord daarnaar verwijzen. Als het Bibob-onderzoek geldt voor een overheidsopdracht die al is aangegaan, dan mogen alle vragen worden gesteld.
Als u bewust de vragen niet goed beantwoord pleegt u een strafbaar feit. De gemeente kan hiervan aangifte doen. De aanvraag wordt dan geweigerd.
De gemeente kan het Landelijk Bureau Bibob om hulp vragen. Dit bureau adviseert de gemeente en doet extra onderzoek. Bijvoorbeeld als de gemeente zelf te weinig informatie heeft. Of als de officier van justitie hier om vraagt.
Een negatief Bibob-advies blijft 5 jaar geldig. Dit advies wordt geregistreerd bij het Bibob-register.
U kunt geen bezwaar indienen tegen een onderzoek of negatief advies van bureau Bibob. U kunt wel bezwaar maken tegen het besluit van de gemeente naar aanleiding van het onderzoek. Ook is het mogelijk om uw aanvraag of offerte in te trekken. Dan voert de gemeente het onderzoek niet uit.
Als u een aanvraag of melding doet, heeft de gemeente persoonsgegevens nodig. Hoe de gemeente de persoonsgegevens gebruikt vindt u hier.
Uitleg van juridische begrippen
Een bestuurlijke boete is een boete die kan worden gekregen van een bestuursorgaan*. Het zijn bijvoorbeeld boetes van:
- De gemeente (bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders (B&W))
- De provincie (bijvoorbeeld het college van Gedeputeerde Staten (GS))
- De Belastingdienst
- Een rijksinspectie, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) of de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA)
* Een bestuursorgaan is een organisatie of een onderdeel van een organisatie die overheidstaken uitvoert.
Volgens de Wet Bibob (artikel 1, eerste lid) bent u een betrokkene als u bij een bestuursorgaan of bij een rechtspersoon met een overheidstaak:
- een beschikking aanvraagt. Het kan gaan om een aanvraag van een vergunning, subsidie, een toekenning, goedkeuring, erkenning, registratie, aanwijzing of ontheffing.
- een beschikking hebt.
- een subsidie krijgt.
- een gegadigde bent voor een overheidsopdracht. De gegadigde is iemand die een overheidsopdracht wil gaan doen. Bijvoorbeeld een communicatieklus voor de gemeente of het dak vervangen van een gemeentehuis.
- een overheidsopdracht mag gaan doen.
- als onderaannemer betrokken bent bij een overheidsopdracht. Er is geen sprake van een dienstverband bij de organisatie die betrokken is bij de overheidsopdracht.
- een vastgoedtransactie aangaat, bent aangegaan, of hierover in onderhandeling bent. Bijvoorbeeld:
- Vastgoed kopen van, verkopen aan, huren van of verhuren aan een rechtspersoon met een overheidstaak. Bijvoorbeeld een kantoorpand of een parkeergarage.
- Een erfpachtrecht of een opstalrecht verkrijgen als daarvoor toestemming moet worden gevraagd aan een rechtspersoon met een overheidstaak. Dit blijkt uit de akte van vestiging van het erfpacht of opstalrecht.
- Een registergoed of een zakelijk recht op een registergoed verkrijgen, waarvoor een kettingbeding geldt waarin staat dat hiervoor toestemming moet worden gevraagd aan een rechtspersoon met een overheidstaak. Registergoederen zijn bijvoorbeeld een huis, kantoorpand of vliegtuig.
Let op: Een betrokkene kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn. Wie moet als betrokkene het formulier invullen?
- Bij een eenmanszaak: de eigenaar.
- Bij een vennootschap onder firma (vof): alle vennoten vullen een eigen formulier in.
- Bij een maatschap: alle maten vullen een eigen formulier in.
- Bij een commanditaire vennootschap (cv): alle beherende vennoten vullen een eigen formulier in. Een beherend vennoot geeft dagelijks leiding aan het bedrijf.
- Bij een rechtspersoon, zoals een besloten vennootschap (bv), een naamloze vennootschap (nv), een vereniging of een stichting: de rechtspersoon zelf. Het invullen namens de rechtspersoon gebeurt meestal door een bestuurder.
Bezittingen zijn bijvoorbeeld:
- € 500,- contant geld of meer
- Het geld op een bankrekening of spaarrekening
- Bitcoins en ander cryptogeld
- Aandelen (waaronder aandelen in beleggingsfondsen), obligaties, winstbewijzen en opties
- Kapitaalverzekeringen, zoals een spaarverzekering
- Leningen of andere vorderingen waar je aanspraak op hebt. Bijvoorbeeld uitgeleend geld of facturen van klanten die nog aan jou betaald moeten worden, maar alleen als dit meer is dan € 500,-
- Onroerende zaken. Dit zijn meestal gebouwen, zoals huizen, schuren of bedrijfspanden of stukken grond.
- Personenauto’s, bedrijfswagens, vrachtwagens en motoren
- Roerende zaken die:
- Worden verhuurd of als belegging worden gehouden
- Waar rechten op worden gehouden. Bijvoorbeeld het hebben van een optie op een aandelencontract of van een termijncontract op edelmetalen.
Let op: Andere roerende zaken voor eigen gebruik of voor gebruik binnen het gezin noemen we in dit formulier geen bezittingen. Bijvoorbeeld de spullen in of van een eigen huis.
Let op: Genotsrechten en rechten van vruchtgebruik van bovengenoemde bezittingen zijn ook een bezitting.
Het eigen vermogen is het eigen geld dat door de betrokkene of door aandeelhouders in de onderneming is gestopt. Dus niet de leningen die aan de onderneming zijn verstrekt. En ook niet de andere schulden die de onderneming heeft tegenover anderen van buiten de onderneming.
Let op: Voor naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen wordt het eigen vermogen dat in de jaarrekening staat bedoeld, inclusief het agio, de reserves en de niet-verdeelde winsten.
Heeft de betrokkene een regel overtreden en vraag een bestuursorgaan de betrokkene iets te herstellen? Dan kan dit door een last onder bestuursdwang. Dit betekent dat de betrokkene de overtreding binnen een bepaalde tijd moet herstellen. En als de betrokkene dit niet doet, niet volledig dit of te laat doet, herstelt het bestuursorgaan de overtreding zelf en zijn de kosten ervan voor de betrokkene. Dit staat ook uitgelegd in afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Heeft de betrokkene een regel overtreden en vraagt een bestuursorgaan de betrokkene iets te herstellen? Dan kan dit door een last onder dwangsom. Dit betekent dat de betrokkene de overtreding binnen een bepaalde tijd moet herstellen. Doet de betrokkene dit niet, niet volledig of te laat? Dan moet de betrokkene een bedrag of meerdere bedragen betalen. Dit staat ook uitgelegd in afdeling 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
Is de betrokkene een rechtspersoon? Dan moet de betrokkene op het Bibob-vragenformulier invullen wie de leidinggevende is. Volgens de Wet Bibob is dit de persoon die leiding geeft of heeft gegeven aan de onderneming.
Let op: Soms zijn er meerdere leidinggevenden.
Direct en indirect leidinggevenden
In het formulier hebben we het over directe en indirecte leidinggevenden:
- Direct leidinggevende: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een directe relatie staat tot de onderneming, meestal de bestuurder. De directe leidinggevende staat vaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als bestuurder van de onderneming.
- Indirect leidinggevende: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een indirecte relatie staat tot de onderneming. Meestal is deze (rechts) persoon de bestuurder of aandeelhouder van de direct leidinggevende.
Let op: Het feit dat iemand als bedrijfsleider of leidinggevende op een vergunning staat, hoeft niet te betekenen dat zij ook volgens de Wet Bibob leidinggevende zijn.
Uiteindelijk leidinggevende
In dit formulier bedoelen we met uiteindelijk leidinggevende de natuurlijke persoon die eindverantwoordelijk is voor de betrokkene en de leiding heeft over de hele organisatie. Vaak is dit de bestuurder van de onderneming. Als er sprake is van meerdere leidinggevende (rechts)personen, gaat het om de natuurlijke persoon die bovenaan de keten staat van de betrokkene. Er bestaan heel veel verschillende organisatiestructuren. Dit zijn voorbeelden van veel voorkomende uiteindelijk leidinggevenden:
- Bij een vof, cv of maatschap:
Als de vennoot of maat een rechtspersoon is: de natuurlijke persoon die direct of indirect leidinggevende (vaak bestuurder) is van die - Bij een besloten of naamloze vennootschap: de natuurlijke persoon die direct of indirect leidinggevende (vaak bestuurder) is.
- Bij een stichting: de natuurlijke persoon die direct of indirect leidinggevende (vaak bestuurder) is.
- Bij een vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij of coöperatie: de natuurlijke persoon die direct of indirect leidinggevende (vaak bestuurder) is.
Let op: Spelen commissarissen een rol bij de onderneming? Dan kunnen zij ook uiteindelijk leidinggevenden zijn.
Let op: Gaat het om een buitenlandse onderneming? Dan zijn de uiteindelijk leidinggevenden vaak de mensen met een functie die veel lijkt op die van bestuurder. Bijvoorbeeld natuurlijke personen die director zijn van een Engelse limited company of zaakvoerder van een Belgische besloten vennootschap (bv).
Een natuurlijk persoon is een mens met rechten en plichten. In dit formulier maken we onderscheid tussen een natuurlijk persoon en een rechtspersoon.
Met een onroerende zaak bedoelen we de grond en de eventueel bijbehorende zaken die zijn bedoeld om op een vaste plek te blijven staan. Meestal zijn dit gebouwen zoals huizen, schuren of bedrijfspanden.
Met onderhavige onderneming bedoelen we de onderneming waarop de rechtshandeling (beschikking, overheidsopdracht of vastgoedtransactie) betrekking heeft. De onderhavige onderneming is altijd de onderneming van de betrokkene.
Een rechtshandeling is iets wat iemand doet om een rechtsgevolg te veroorzaken. Een rechtshandeling verandert iets in de wereld van het recht. Doordat bijvoorbeeld een vergunning wordt verleend, mag iets wat eerst niet mocht. In dit Bibob-vragenformulier bedoelen we specifiek een rechtshandeling tussen een bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak en een ondernemer of burger. De rechtshandelingen die in de Wet Bibob staan, zijn:
- Het geven of intrekken van een beschikking.
- Het geven of ontbinden van een overheidsopdracht.
- Het aangaan of ontbinden van een vastgoedtransactie, zoals het kopen, verkopen, huren of verhuren van vastgoed.
Natuurlijke personen hebben rechten en plichten. In de wet staat dat ook bepaalde bedrijven en organisaties rechten en plichten hebben. Dit kan als zo’n bedrijf of organisatie een rechtspersoon is. De rechten en plichten van de rechtspersoon staan los van die van de eigenaar of bestuurder.
Voorbeelden van rechtspersonen:
- Naamloze vennootschap (nv)
- Besloten vennootschap (bv)
- Stichting
- Vereniging
- Coöperatie
- Onderlinge waarborgmaatschappij
Bij een rechtspersoon is de betrokkene de rechtspersoon zelf.
Dit zijn geen rechtspersonen:
- Bij een eenmanszaak is de eigenaar (natuurlijk persoon) de betrokkene.
- Vennootschap onder firma (vof). Bij een vof zijn alle vennoten betrokkenen.
- Bij een maatschap zijn de maten de betrokkenen.
- Commanditaire vennootschap (cv). Bij een cv zijn de beherende vennoten de betrokkenen.
Rechtspersoon met een overheidstaak
Dit zijn rechtspersonen die taken uitvoeren voor de overheid en die een vastgoedtransactie kunnen aangaan of een overheidsopdracht kunnen geven. Rechtspersonen met een overheidstaak zijn volgens artikel 1, eerste lid, van de Wet Bibob: de Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de politie, een openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet, of een rechtspersoon met een overheidstaak die is aangewezen in de bijlage bij het Besluit Bibob, bijvoorbeeld de Politieacademie, de Autoriteit Financiële Markten (AFM) of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Het sluiten van een pand of locatie op grond van de Opiumwet, Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Gemeentewet of Woningwet.
Let op: er hoeft geen informatie gegeven te worden over:
- een straf of schikking met alleen een boete van € 250 of minder
- een lopende zaak waarbij het gaat om een boete van € 250 of minder
- verkeersovertredingen of verkeersmisdrijven, tenzij dit formulier voor een transportvergunning wordt ingevuld
Uitzondering! Als bij een verkeersovertreding of verkeersmisdrijf één van onderstaande situaties ontstond, moet hierover altijd informatie worden gegeven:
- Iemand anders is overleden of gewond geraakt.
- Er is doorgereden na een ongeval.
- Er werd onder invloed van alcohol of drugs gereden, zoals staat in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
Een vermogensverschaffer is degene die geld geeft of heeft gegeven aan de betrokkene. Dit kan direct of indirect. Dit kan bijvoorbeeld via een lening of schenking. Maar ook door goederen te leveren die de betrokkene pas later hoeft te betalen. Of door een onderneming over te dragen, waarvoor de betrokkene pas later hoeft te betalen.
Let op: De indirecte vermogensverschaffer is de vermogensverschaffer van de vermogensverschaffer.
Alle schulden van een onderneming zijn samen het vreemd vermogen. Wordt gevraag of er is betaald met vreemd vermogen? Dan wordt eigenlijk gevraagd of betaald is met geld dat is geleend of nog niet is (terug)betaald.
Met de wijze van financiering bedoelen we de manier waarop de onderneming of bepaalde activiteiten worden of zijn gefinancierd. Wordt er bijvoorbeeld door betrokkene eigen geld ingelegd of geld geleend van anderen? Dan moet de betrokkene kunnen uitleggen hoe hijzelf en die anderen aan dit geld komen. Behalve als het gaat om een lening bij een bank met bankvergunning.
In dit formulier bedoelen we met zakelijk recht het recht om iets met een onroerende zaak of een registergoed te mogen doen. Er zijn verschillende voorbeelden: met een recht van vruchtgebruik mag bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van een huis zonder dat daarvoor is betaald. Met een erfpachtrecht mag bijvoorbeeld tijdelijk gebruik worden maken van de grond en het huis dat daarop staat. Met een opstalrecht is iemand bijvoorbeeld eigenaar van een huis op de grond van iemand anders. Een zakelijk recht kan worden gevestigd, verkocht of gewijzigd.
Is de betrokkene een rechtspersoon? Dan moet de betrokkene op het Bibob-vragenformulier invullen wie de zeggenschaphebbende is. Volgens de Wet Bibob is dit de persoon die zeggenschap heeft of heeft gehad over de onderneming. Dit betekent dat hij bepaalde rechten heeft of had om mee te beslissen over de betrokkene.
Let op: Soms zijn er meerdere zeggenschaphebbenden.
Dit zijn de meest voorkomende zeggenschaphebbenden:
- Aandeelhouders met stemrecht
- Leden van een vereniging met stemrecht
- De bestuurders van een stichting
- De bestuurders van een doelvermogen, als dit doelvermogen de betrokkene is
- De feitelijke eigenaren van een onderneming
Direct en indirect zeggenschaphebbende
In het formulier hebben we het over directe en indirecte zeggenschaphebbenden:
- Direct zeggenschaphebbende: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een directe relatie staat tot de onderneming, meestal de aandeelhouder. Aandeelhouders staan in veel gevallen ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als aandeelhouder van de onderneming.
- Indirect zeggenschaphebbende: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een indirecte relatie staat tot de onderneming. Meestal is deze persoon de aandeelhouder of bestuurder van de direct zeggenschaphebbende. Bijvoorbeeld de aandeelhouder van de aandeelhouder.
Uiteindelijk zeggenschaphebbende
In dit formulier bedoelen we met uiteindelijk zeggenschaphebbende de natuurlijke persoon die de uiteindelijke bevoegdheid heeft om te beslissen over de betrokkene (vaak via aandelen). Als er sprake is van meerdere zeggenschaphebbende (rechts)personen, gaat het om de natuurlijke persoon die bovenaan de keten staat van de betrokkene. Er bestaan heel veel verschillende organisatiestructuren. Dit zijn voorbeelden van veel voorkomende uiteindelijk zeggenschaphebbenden:
- Bij een vof, cv of maatschap:
Als de vennoot of maat een rechtspersoon is: de natuurlijke persoon die direct of indirect zeggenschaphebbende (vaak aandeelhouder) is van die rechtspersoon. - Bij een besloten of naamloze vennootschap: de natuurlijke persoon die direct of indirect zeggenschaphebbende is (vaak aandeelhouder).
Let op: Bij een naamloze vennootschap kan dit een groot aantal natuurlijke personen. We hoeven ze niet allemaal te kennen. Overleg met het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak over wie informatie moet worden gegeven. - Bij een stichting: de natuurlijke persoon die direct of indirect zeggenschaphebbende is (vaak bestuurder). Let op: Een STAK (Stichting Administratie Kantoor) is ook een stichting.
- Bij een vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij of coöperatie: de natuurlijke persoon die zeggenschaphebbende is (diegene is meestal lid en mag stemmen).
Let op: Dit kunnen veel mensen zijn. We hoeven ze niet allemaal te kennen. Overleg met het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak over wie informatie moet worden gegeven.
Let op: De natuurlijke personen hieronder kunnen soms ook uiteindelijk zeggenschaphebbende zijn.
- De natuurlijke personen met certificaten van de aandelen (de directe of indirecte certificaathouders).
- De natuurlijke personen die direct of indirect een pandrecht hebben op de aandelen. De aandelen zijn dan als onderpand gegeven voor een lening.
- De natuurlijke personen die direct of indirect het recht van vruchtgebruik hebben op de aandelen. Er wordt dan vaak dividend ontvangen uit de aandelen.
- De natuurlijke personen die direct of indirect begunstigde zijn van een stichting of trust. Dit betekent dat zij de voordelen uit de stichting of de trust kunnen krijgen.
Let op: Gaat het om een buitenlandse onderneming? Dan zijn de uiteindelijk zeggenschaphebbenden vaak de mensen met een functie die veel lijkt op die van aandeelhouder. Bijvoorbeeld mensen die aandeelhouder zijn van een Engelse limited company of van een Belgische besloten vennootschap (bv).
Toch een andere vraag?
Wij staan klaar om u te helpen met al uw onbeantwoorde vragen!