Wat is een bestemmingsplan

In Nederland zijn gemeenten belast met de zorg voor een goede ruimtelijke ordening. Dat gebeurt in principe aan de hand van ruimtelijke visies en plannen. Het belangrijkste instrument van de gemeente is het bestemmingsplan.

Een bestemmingsplan is het enige plan met betrekking tot de ruimtelijke ordening, dat rechten en plichten vastlegt. Iedereen is aan het bestemmingsplan gebonden. Burgers, bedrijven en instellingen, maar ook de gemeente zelf. Hoe al deze ruimtelijke plannen tot stand komen is geregeld in de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro).

Ook het rijk en de provincie stellen plannen vast. De ruimtelijke plannen die door het rijk gemaakt worden zijn vrij globaal en worden structuurvisies genoemd.
Aan de hand van het Rijksbeleid stellen provincies hun eigen structuurvisies op. Daarin staat al iets nauwkeuriger waar steden en dorpen kunnen groeien. En waar ruimte is voor wonen, bedrijvigheid, natuur en recreatie. Provinciale structuurvisies vormen de basis voor gemeentelijke bestemmingsplannen.

Meer informatie

Voor de gehele gemeente heeft de gemeenteraad bestemmingsplannen vastgesteld. Dit zijn de bestemmingsplannen Stormpolder, Kortland, Lansingh-Zuid en Langeland.

Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden per project afzonderlijke (kleinschaliger) bestemmingsplannen opgesteld.

De bestemmingsplannen voor Krimpen aan den IJssel zijn in te zien bij de balie van het Publiekcentrum op het gemeentehuis, op www.krimpenaandenijssel.nl en op www.ruimtelijkeplannen.nl.

Een bestemmingsplan bestaat uit 3 delen: een verbeelding of plankaart, de regels of voorschriften en een toelichting. De juridische kracht komt voort uit de regels en de plankaart.
Op de plankaart is het gebied te zien met daarop alle bestemmingen. Deze zijn met kleuren, lijnen en aanduidingen aangegeven.
Aan de bestemmingen zijn regels gekoppeld over wat er wel en niet mag binnen een bepaalde bestemming. Met bebouwingsregels worden eisen gesteld aan zaken zoals aard, situatie, hoogte, diepte en aantal bouwlagen van bouwwerken. Met gebruiksregels kunnen bepaalde vormen van gebruik worden toegestaan of verboden.
De toelichting is er om de bedoeling van het plan te verduidelijken en is ondersteunend aan de plankaart en de regels.

Bestemmingsplannen kunnen de mogelijkheid voor burgemeester en wethouders bevatten om van bepaalde voorschriften af te wijken (artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)). Dit zijn zogenaamde binnenplanse afwijkingsbevoegheden. In de voorschriften van het bestemmingsplan zelf is al opgenomen waarvoor en op welke manier tot welke grenzen van sommige bepalingen in dat bestemmingsplan kan worden afgeweken.

Ook kan in het bestemmingsplan zijn aangegeven dat burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen. Daarnaast kunnen regels zijn opgenomen over de verplichting tot uitwerking van het bestemmingsplan (artikel 3.6 Wro) of de bevoegdheid tot wijziging van het bestemmingsplan (artikel 3.6 Wro).

Als een bepaald nieuwbouwproject niet past binnen het geldende bestemmingsplan, dan kunnen burgemeester en wethouders besluiten om voor dat project een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Zo’n procedure start met een voorstel van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad om nieuwe ruimtelijke kaders (stedenbouwkundige randvoorwaarden) vast te stellen.

Meer informatie vindt u op de website van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
U kunt ook contact opnemen met de team Buitenruimte, telefoonnummer 14 0180.