Gemeentelijke taken

Gemeenten hebben diverse taken op het terrein van de zorg voor jeugd, de jeugdgezondheidszorg en het preventief jeugdbeleid. Het kabinet wil alle vormen van jeugdzorg centraliseren en onder verantwoordelijkheid brengen van de gemeenten. Bij de al bestaande taken komen nu ook de taken bij die op stadsregionaal niveau zijn verankerd:

  • de toegangstaken voor de geïndiceerde jeugdzorg;
  • de ambulante jeugdzorg;
  • de open residentiële zorg;
  • de pleegzorg;
  • de crisishulp;
  • het justitieel kader: de jeugdreclassering en de jeugdbescherming.

Daarnaast worden de landelijke jeugdzorgtaken gedecentraliseerd, taken die nu wettelijk zijn geregeld in de AWBZ of Zorgverzekeringswet: de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapten.

Nederlandse kinderen het gelukkigst, toch 1 op de 7 ‘in zorg’

Nederlandse  kinderen behoren tot de gelukkigste van de wereld. En ook de meeste ouders zijn tevreden met de opvoeding, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).  Ze hebben het gevoel dat ze het grootbrengen van hun kroost doorgaans prima aankunnen. Ook vanuit de praktijk is de ervaring dat ongeveer 80% van de kinderen opgroeit zonder grote problemen. Toch wordt door wetenschappers geschat dat één op de zeven kinderen een of andere vorm van zorg krijgt, de ‘rugzakjes’, persoonsgebonden budgetten, time-out- en rebound-voorzieningen zijn dan nog niet meegerekend. Voor de komende jaren voorspelt het Sociaal Cultureel Planbureau een verdere groei van de jeugdzorg dan nu al het geval is. Als dit zo doorgaat, krijgen we te maken met een verdubbeling van het zorggebruik binnen de komende tien jaar. Voor deze groei zijn verschillende verklaringen te geven. Zo is de samenleving complexer dan vroeger. Wellicht dat daardoor kinderen eerder in de problemen komen. Epidemiologische cijfers duiden echter niet op een toename van het aantal problemen. Wel is het zo dat het aantal diagnosen zich uitbreidt. Veel partijen zijn het erover eens dat ook ons huidige stelsel van ondersteuning en zorg voor jeugdigen de groei in de hand werkt. Er wordt bijvoorbeeld onvoldoende aan preventie gedaan. Ook is er veel te weinig ‘lichte hulp’ in de directe omgeving van de gezinnen voorhanden. Dat is een belangrijke reden waarom het stelsel nu op de schop gaat.

De decentralisatie van de jeugdzorg dient één centrale missie: ervoor zorgen dat de jeugdigen gezond en veilig opgroeien. Het gaat daarbij zowel om de fysieke gezondheid, als het psychisch welbevinden, de cognitieve capaciteiten en de sociale relaties en plek in de samenleving.

De decentralisatie is niet bedoeld om ‘slechts’ financieringsstromen en bestuurlijke verantwoordelijkheden te verleggen. Die volgen op de inhoudelijke verandering. Het gaat er  juist om een inhoudelijke slag te maken, gericht op minder inzet van gespecialiseerde opvangvoorzieningen voor kinderen en jongeren en meer inzet van voorzieningen om de opvoeding in de eigen sociale context te versterken.

Afbeeldingen