Gisteravond stelden diverse deelnemers hun taalkennis op de proef tijdens het Krimpens Dictee. In De Tuyter doken enthousiaste Krimpenaren in groten getale terug in de schoolbanken. Het dictee werd geschreven en voorgelezen door Huib Neven. Winnaar van deze editie was Kees van den Brink. Een exceptionele prestatie.
Diverse moeilijke woorden passeerden deze avond de revue
Het grootste struikelblok deze editie bleek het woord ‘sjwa’. Naast dat de betekenis bij lang niet alle deelnemers bekend was, heeft de jury ook een grote verscheidenheid aan schrijfwijzen voorbij zien komen. De winnaar van tweeduizenddrieëntwintig (Andre Bloot) scoorde ook dit jaar weer goed met een tweede plaats. Meneer van den Brink ging naar huis met de wisselbeker en een gouden pen. Deze Krimpense winnaar ontving uit handen van wethouder Kirsten Jaarsma zijn prijzen.
Wilt u het dictee nalezen?
Onze taal behoort tot de West-Germaanse tak van de Indo-Europese taalfamilie. Een voorloper van het Nederlands is het Oudnederlands dat daarna een non-stopontwikkeling doormaakte. Een taal die leeft verandert niet-aflatend, in klank, vocabulaire en syntaxis. Zo muteerde de a-klank aan het woordeinde in de sjwa, de zogenoemde stomme e. En wie weet wordt over pakweg drieëntwintig jaar de frase “Hun hebben naar hartenlust een smeuïg sukadelapje met komijnekaas gedegusteerd”, niet meer als een solecisme gezien. Daarop is nu nog geen peil te trekken, dat is zonneklaar.
Taalveranderingen worden teweeggebracht door sociale factoren en menselijke interactie, zoals de sociolinguïsten zullen beamen. Veranderingen in de woordenschat zijn het fascinerendst. We begeven ons hier op het terrein van lexicologen. Neologismen rijzen als paddenstoelen uit de grond. In groten getale worden ze gerekruteerd uit het Engels. Je kunt je in gemoede afvragen of dit een oorbaar procedé is. Sommigen vinden van niet. Waarom zou je whizzkid schrijven in plaats van computerwijsneus? Waarom gentlemen’s agreement terwijl herenakkoord misschien dezelfde draagwijdte heeft?
Querulante puristen en andere pietjes-precies achtten vroeger al elke vorm van taalvernieuwing een pernicieuze aangelegenheid. Nog steeds wauwelen zij op dedaigneuze wijze over taalverloedering. Nochtans zullen we hier niet te veel over uitweiden, het valt buiten de scope van dit discours.
Ten slotte de orthografie. De geschiedenis ervan is exceptioneel. In het vorige millennium werd de eerste officiële spelling gestandaardiseerd. Continue spellingwijzigingen passeerden sindsdien de revue. Vandaag, beste dicteehobbyisten, houden we ons consciëntieus aan de sacrosancte Groene Boekjeregels.
